5. ONS onderwijs-systeem

Groepering van leerlingen

Op onze school wordt klassikaal onderwijs aan homogene leeftijdsgroepen gegeven. Dit leerstofjaarklassensysteem is in onze ogen de meest efficiënte manier om het onderwijs te organiseren, de basisvaardigheden komen gegarandeerd aan bod in de methodes die we hanteren. Het leerstofjaarklassensysteem zorgt voor rust en is overzichtelijk, maar het heeft ook zijn beperkingen, daarom passen wij vormen van samenwerkend en adaptief leren toe.

Groepsindeling

In het cursusjaar 2017-2018 geldt de volgende groepsindeling:

 

 

Instructie

De instructie van nieuwe basislesstof wordt in het algemeen klassikaal aangeboden. Vanaf groep 4 wordt structureel gewerkt met gedifferentieerde niveaugroepen. Deze groepen worden samengesteld naar aanleiding van de LeerlingVolgSysteem toetsing. De instructie-momenten worden dan voor de leerlingen die de stof al beter beheersen verkort en voor leerlingen waarbij de stof moeilijk te verwerken is, wordt een verlengde instructie gegeven. Bij de verwerking houden we rekening met de (on)mogelijkheden van de kinderen. Leerlingen met bepaalde problemen krijgen zinvolle verwerkingen op eigen niveau. De heel goede leerlingen krijgen verrijkingsstof aangeboden.

 

Directe Instructie

In principe worden instructies met betrekking tot basisvaardigheden in de groepen 3 t/m 8 gegeven volgens het model “directe instructie”. Hierbij is gezocht naar de meest efficiënte mogelijkheden om leerstof onder de aandacht te brengen en te houden. In genoemd model is een les altijd opgebouwd in de volgende fasen:

1. dagelijkse terugblik (waar hadden we het over?)

2. presentatie (wat gaan we doen?)

3. oefenfase (probeer het eens uit)

4. individuele verwerking

5. terugkoppeling (wat hebben we geleerd)

Zelfstandig werken

Om leerlingen optimaal te laten ontwikkelen, leren we de leerlingen zelf probleemoplossend te denken, elkaar te helpen en kritisch te zijn t.o.v. hun eigen werk en werkhouding.

Leerlingen plannen deels hun eigen werk, gaan zelfstandig verder met de andere opdrachten. Gecombineerd met de leerstofdifferentiatie moet dit meer mogelijkheden bieden aan de leerlingen.

Onderwijsvernieuwingen

Sinds een aantal jaren zijn we als school bezig het adaptieve (op het kind afgestemde) element binnen ons onderwijs meer gestalte te geven. Dit uit zich in het werken in verschillende niveaus en het zelfstandig werk aanbod. We werken onder andere vanaf groep 4 bij de vakgebieden taal en rekenen op meer niveaus en kleuters leren een planbord te hanteren. Computerprogramma’s stellen ons in staat om adaptief met leerlingen te werken. Ons onderwijs is naast leerstofgericht ook gericht op de ontwikkeling van het kind (o.a. bij OGO en Betekenisvol Leren). De kern van deze vorm van onderwijs is het uitdagen van leerlingen tot een actievere inbreng bij het leerproces. Reflecteren op eigen en andermans inbreng en het koppelen van leeractiviteiten aan betekenisvolle situaties verhogen de motivatie en het leerrendement. Zo denken kinderen (gr 1 t/m 4) mee over de invulling van het thema, spelen in themahoeken als ‘het tuincentrum’ en promoten kinderen hun zelfgekozen boek.

In de groepen 5 t/m 8 werken we met opdrachten in een betekenisvolle context, zodat de te leren kennis en vaardigheden direct toegepast worden.

Samenwerkend leren

In de groepen 5 t/m 8 werken leerlingen regelmatig in kleine groepen op een gestructureerde manier samen aan een leertaak met een gezamenlijk doel. De leerlingen zijn niet alleen gericht op hun eigen leren, maar ook op dat van hun groepsgenoten. Leerlingen leren met en van elkaar. Deze manier van werken wordt samenwerkend leren genoemd en geeft kinderen de mogelijkheid hun eigen talenten en die van anderen optimaal te benutten en te ontwikkelen.

Leerresultaten en zorgbreedte

Leerlingvolgsysteem (LVS)

Informatie over de leerresultaten van de kinderen baseren de groepsleerkrachten op de dagelijkse prestaties van de leerlingen en op de toetsen van het leerlingvolgsysteem. Op verschillende momenten in het cursusjaar maken de leerlingen toetsen op de onderdelen spelling, technisch lezen, begrijpend lezen en rekenen.

De toetsen worden klassikaal afgenomen. Bij zorgleerlingen wordt er een extra leestoets door de eigen leerkracht of geïnstrueerde ouders/andere leerkracht individueel afgenomen.

Aan de hand van een landelijk geldende normtabel worden de resultaten bepaald. Deze resultaten verwerkt de computer tot een school- , een groeps- en een leerlingoverzicht. In de eerste twee overzichten wordt zichtbaar of een bepaald gebied in het algemeen meer aandacht verdient. In het leerlingoverzicht wordt na verloop van tijd zichtbaar hoe de leerling zich ontwikkelt. Voordeel van dit systeem is dat de leerkrachten de ontwikkeling van de kinderen structureel kunnen volgen en daardoor systematischer kunnen begeleiden.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Op onze school hanteren we voor de groepen 3 t/m 8 het Pedagogisch Leerling Volgsysteem ‘Zien‘. Door middel van het invullen van vragenlijsten brengt de leerkracht de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind in kaart. Dit middel wordt ieder jaar bij de groepsbespreking besproken. In oktober vindt er een gesprek met de ouders over de sociaal-emotionele ontwikkeling van hun kind plaats.

De kinderen uit de groepen 5 t/m 8 vullen ZIEN! zelfstandig in op de leerlingvragenlijst. Zo ontstaat een goed beeld over het welbevinden, de betrokkenheid en de sociale vaardigheden die het kind kan ontwikkelen.

Om in kaart te brengen of ieder kind voldoende in de groep is opgenomen, stelt de leerkracht jaarlijks een sociogram op. Deze grafische weergave van de populariteitsmeting in de groep is een uitstekend instrument om kinderen die buiten de groep (dreigen te ) vallen te signaleren en te helpen.

Leerlingvolgsysteem (LVS) in groep 1 en 2

In de groepen 1 en 2 wordt het leerlingvolgsysteem ook gehanteerd. Dit systeem gaat in de kleutergroepen uit van observaties door de leerkracht aan de hand van het model “KIJK” en de af te nemen Cito-toetsen in groep 2 (rekenen en taal).

Extra hulp

Voor iedere groep stelt de leerkracht vier keer per jaar een groepsplan op. Hierin zijn alle leerlingen van de groep opgenomen. Er worden groepen gevormd n.a.v. onderwijsbehoeften van kinderen en uitslagen van methode en niet-methode toetsen om aan de doelen te kunnen komen die gesteld zijn voor een bepaalde periode. Voor sommige kinderen is de extra hulp intensiever dan voor anderen.
In deze gevallen stelt de leerkracht – in overleg met de intern begeleider – hulpplannen voor een individuele leerling op. In deze plannen beschrijft de leerkracht concrete afspraken over de hulp (extra stof, huiswerk, hulp buiten de klas, e.d.). Genoemde plannen zijn in te zien op het ouderportaal. Ook zijn ze opgenomen in het lopende groepsplan van de klas.

De intern begeleider verkrijgt zijn/haar hulpmaterialen, tips, adviezen etc. onder andere uit de daarvoor bestemde orthotheek (een verzameling boeken, mappen en hulpmaterialen, om kinderen extra hulp te kunnen bieden), de schoolbegeleider van Onderwijs Advies en van de ambulant begeleiders van zorgleerlingen.

Leerlingen met extra gaven en talenten willen we door de hele school begeleiden met verrijkings- en verdiepingsstof.

School Ondersteunings Team

Drie keer per jaar vindt er op school een SOT plaats. Dit is een overleg tussen in ieder geval de schoolarts, een orthopedagoog, de IB-er, de leerkracht en de ouders. In dit SOT kan de problematiek van een kind  besproken worden.

Passend onderwijs

Vanaf 1 augustus 2014 hebben alle basisscholen de wettelijke taak om passend onderwijs te geven. Omdat scholen dit niet alleen kunnen, zijn alle scholen aangesloten bij een samenwerkingsverband. Onze school is aangesloten bij het samenwerkingsverband Berséba voor reformatorische basisscholen en speciale scholen. Het samenwerkingsverband is opgesplitst in vier regio’s. Onze school ligt in de regio Randstad.

Zorgplicht

Een kernbegrip bij passend onderwijs is ‘zorgplicht’. Zorgplicht betekent dat de school samen met de ouders onderzoekt op welke manier de basisschool aan een leerling de passende ondersteuning kan bieden. Als blijkt dat dit niet (meer) mogelijk is, dan heeft de school de opdracht om in overleg met de ouders een passende plaats te zoeken, bijvoorbeeld in het speciaal (basis)onderwijs.

Ondersteuningsprofiel

Onze school heeft dus een centrale rol in het tegemoetkomen aan de ontwikkelbehoeften van kinderen. De school heeft een ondersteuningsprofiel geschreven. U kunt dit profiel op school inzien. In dit profiel is te lezen op welke wijze we de begeleiding aan leerlingen vormgeven en welke mogelijkheden voor extra ondersteuning onze school heeft. Bij het realiseren van de gewenste ondersteuning werkt de school vanuit de uitgangspunten van handelingsgericht werken (HGW). Dit betekent kort gezegd: Als een kind extra ondersteuning nodig heeft, wordt niet in de eerste plaats gekeken naar wat het kind heeft, maar naar wat het kind nodig heeft. Bij HGW is de samenwerking en afstemming met ouders en andere deskundigen een belangrijk aandachtspunt.

Ondersteuningsteam

Heel vaak kan de ondersteuning door onze school zelf georganiseerd en gegeven worden. Op onze school is de leerkracht als eerste verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van de leerlingen. Als hij/zij er zelf niet uitkomt, zal advies gevraagd worden aan collega’s of de intern begeleider. Zo nodig voert de leerkracht een uitgebreider gesprek over de leerling met de intern begeleider.

Onze school heeft een ondersteuningsteam. In dit ondersteuningsteam zitten de intern begeleiders, de schoolarts en de orthopedagoog van de school. Als de situatie rondom een leerling daar aanleiding toe geeft, zal de leerling in het ondersteuningsteam besproken worden, ouders worden daarvoor ook uitgenodigd. Soms is de situatie zo complex, dat in ons ondersteuningsteam ook iemand van het Centrum voor Jeugd en Gezin aanwezig zal zijn. In het ondersteuningsteam wordt in samenspraak met de ouders bepaald, welke ondersteuning een leerling nodig heeft en waar deze het beste plaats kan vinden.

Het Loket van regio Randstad

Als het ondersteuningsteam tot de conclusie komt, dat het voor de ontwikkeling van een leerling beter is om naar een speciale school te gaan, dan vraagt de school in samenspraak met de ouders een toelaatbaarheidsverklaring voor zo’n school aan. Dit doet de school bij het Loket van regio Randstad. Als dit Loket besluit om de toelaatbaarheidsverklaring toe te kennen, dan kan de leerling geplaatst worden in het speciaal (basis)onderwijs.

Bij dit Loket kunnen we ook met andere vragen terecht:

het samen met ouders aanvragen van een extra ondersteuningsarrangement voor kinderen die zeer moeilijk leren, een lichamelijk handicap hebben of langdurig ziek zijn;
het aanvragen van ambulante begeleiding, zodat de leerkracht beter af kan stemmen op de ondersteuningsbehoefte van een leerling of de groep;
het inwinnen van advies en vragen van informatie, wanneer het ondersteuningsteam er zelf niet uitkomt.

Ouderbetrokkenheid

Onze school hecht eraan bij de ondersteuning aan leerlingen goed samen te werken met de ouders. Daarom vinden we het van belang dat ouders direct betrokken worden bij gesprekken als hun kind individueel besproken wordt. In sommige situaties zijn er niet alleen zorgen op school, maar ook thuis. Om tot een goede ondersteuning te komen vinden we het belangrijk om met de ouders daarover in alle openheid en vertrouwelijkheid te spreken. We beseffen dat dit soms moeilijk kan zijn, maar in het belang uw kind is het wel nodig.

Wanneer u als ouders vindt dat er voor uw kind meer hulp nodig is, of dat uw kind beter op zijn plaats is in een school voor speciaal (basis)onderwijs, dient u zich uiteraard eerst tot ons als school te wenden. School en ouders hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om eensgezind het beste voor uw kind, onze leerling te zoeken. Bent u van mening dat u bij ons als school onvoldoende gehoor vindt, dan kunt u zich ook zelf tot het Loket wenden.

Blind of slechtziend/doof of slechthorend/taal-spraakproblemen

De voormalige Cluster 1 en cluster 2-leerlingen vallen wat betreft begeleiding en financiering niet onder de verantwoordelijkheid van Berséba. Echter, voor deze leerlingen geldt wel, dat de scholen zorgplicht hebben. Dit houdt in, dat we bij aanmelding van zo’n leerling met de ouders in gesprek gaan om te bezien welke begeleidingsmogelijkheden de school kan bieden aan zo’n leerling. In zo’n gesprek met de ouders komt ook aan de orde of extra ondersteuning vanuit cluster 1 en cluster 2-instellingen nodig is om een leerling op de basisschool te houden. Deze instellingen hebben namelijk ondersteuningsplicht.

Onze ambitie is: elk kind een passende plaats in het christelijk onderwijs! Binnen deze ambitie zijn de scholen voor speciaal basisonderwijs bereid om leerlingen met zware ondersteuningsvragen op dit gebied zo veel mogelijk te plaatsen. Als de ondersteuningsvraag voor zo’n leerling binnen het basisonderwijs te zwaar blijkt te zijn, is het goed om te weten dat het speciaal basisonderwijs mogelijkheden heeft om deze leerlingen wel een onderwijsplaats te geven.

Overigens is het goed om te beseffen, dat bij cluster 1 en cluster 2-leerlingen de beperkingen zo groot kunnen zijn, dat al dan niet een tijdelijke plaatsing in het speciaal onderwijs van cluster 1 of cluster 2 nodig is.

contactgegevens Loket Randstad

De zorgmakelaar van Loket Randstad  is drs. C.J. van der Beek. Het Loket is ’s morgens bereik­baar via telefoonnummer 0180-442617 of per e-mail via loket-randstad@berseba.nl.

Berséba, regio Randstad is gevestigd aan de Kastanjelaan 12, 2982 CM  Ridderkerk. Het postadres is Postbus 433, 2980 AK  Ridderkerk.Op de website www.berseba.nl/randstad kunt u meer informatie vinden over het samenwerkingsverband Berséba en de regio Randstad.

Aanmelden kind voor passend onderwijs

Vanaf 1 augustus 2014 is de te volgen procedure als volgt:

• Ouders melden hun kind schriftelijk aan bij de school van hun voorkeur. Dit doen zij minimaal 10 weken voordat het nieuwe schooljaar begint. Daarbij geven zij aan dat hun kind extra ondersteuning nodig heeft.

• De school moet binnen 6 weken beslissen of een kind kan worden toegelaten. Deze periode kan eenmaal met maximaal 4 weken worden verlengd.

• Als een school het kind niet kan toelaten, moet de school (of het schoolbestuur) een passende onderwijsplek op een andere school zoeken. Dat kan een gewone school zijn of een school voor speciaal onderwijs. Belangrijk daarbij is dat een goede balans wordt gevonden tussen de wensen van ouders en de mogelijkheden van scholen.

Onderwijsbegeleidingsdienst

Als extra expertise nodig is, doen we een beroep op de onderwijsbegeleidingsdienst Onderwijs Advies. Bij de dienst zijn onderwijskundigen, organisatiedeskundigen, psychologen en orthopedagogen om te adviseren en te ondersteunen op het gebied van school- en onderwijsontwikkeling, maar ook bij vragen over de ontwikkeling van het leren door kinderen kunnen we een beroep doen op de onderwijsadviseurs van de begeleidingsdienst. Het is mogelijk dat wij als school vragen om een leerling te testen en advies te geven over de ontwikkeling van het kind. Dit gebeurt altijd in overleg met de ouders. Er worden geen kinderen getest zonder toestemming van de ouders. Ook over de uitslag en adviezen worden de ouders op de hoogte gebracht.

 

Schoolprestaties

Cito-toetsuitslagen

Elke CITO-toetsuitslag wordt door de directie geëvalueerd, zodat er voor het komende jaar op bepaalde vakgebieden bijgestuurd kan worden.

In het jaar 2016-2017 heeft geen doublure plaatsgevonden.

 

Uitstroom

M.b.t. de leerlingen die onze school verlaten zijn dit de uitstroomgegevens:

 

 

Delen: